Welkom op onze site > Reisverhalen > MauritaniŽ

MauritaniŽ

 

Begin september - half september 2008

 

Bij de grens van MauritaniŽ aangekomen snelt onze 'gids' weg. Hij rijdt met zijn nieuwe Audi vandaag nog de ruim 400 kilometer naar de hoofdstad, Nouakchott.

We wachten totdat we de grens over mogen rijden. We zien een militair stenen gooien naar een aankomende auto. Die moet ook op zijn beurt wachten.

 De eerste post is van de Marechaussee. Een pikdonkere militair met een flink litteken op zijn gezicht vraagt of we hem nog iets gaan geven, een cadeau. 'Rien'Ö., is het antwoord. Ook goed. De politie is meer gastvrij. We krijgen de visa in het paspoort gestempeld en rijden door op zoek nar de douane. Die vinden we een paar honderd meter verder in een bouwvallig houten hutje. Het carnet wordt ingevuld maar toch willen ze geld. Omdat het carnet wordt gebruikt hoef je normaal niets hiervoor te betalen. Als ik volhou wordt de chef erbij gehaald. Die vult weer een ander papiertje in en toch moet ik betalen. Het gaat om kleine bedragen, maar kloppen doet het niet. We sluiten een WA-verzekering voor de auto en wisselen wat geld wetende dat je hoe dan ook wordt genept. Dan klaar en op naar een kampeerplek in Nouadhibou. We rijden langs de langste trein van de wereld. Het is de beroemde ertstrein die op en neer van de mijnen in het midden van de woestijn naar de havenplaats rijdt.

 Nouadhibou is een langgerekte stad. We komen binnen via de plaatselijke vuilnisbelt. In het centrum vinden we een camping op een kleine binnenplaats. We zijn allemaal aangeslagen van de gebeurtenissen in Niemandsland. Heftig om dit zo van dichtbij te zien en ook de hitte te voelen.
De kinderen spelen heerlijk in de berbertent en zorgen voor afleiding. De camping ligt pal naast een moskee en s' nacht rond een uur of vier begint er een soort gebed dat tot zes uur voortduurt.

We rijden in een keer de 470 kilometer naar de hoofdstad. De weg is pas aangelegd en in prima staat. Fleur en Tom kunnen uit de stoeltjes en spelen achterin. Soms ploegen we een beetje door het zand dat over de weg is gewaaid.
Dromedarissen lopen regelmatig midden over de weg. Soms stevig in de remmen en flink de luchthoorn indrukken. Na verloop van tijd went dat ook weer.
We zien niet veel meer dan zand en af en toe wat houten hutjes. MauritaniŽ doet zeer arm aan.


Precies halverwege staat een nieuw tankstation. Tanken en wat eten. Een opgedirkte vrouw in een peperdure landcruiser laat haar raampje omlaag zakken en vraagt hoeveel geld we voor Pipeloi willen hebben. Gek mens.

 

                     

 

Op naar Nouakchott de hoofdstad van MauritaniŽ. We komen er aan het eind van de middag aan en vinden snel een auberge waar we ook kunnen kamperen en daarna lopend op zoek naar een pizzeria. De huizen en straten doen sober aan.
Terug met de taxi zonder schokbrekers en raampjes die niet meer dicht kunnen, maar wel met een pittige snelheid.
Wat niet direct zichtbaar is maar wel praktijk schijnt te zijn is dat er nog steeds sprake is van een duidelijk gescheiden rangen en standenmaatschappij. De Moren behoren tot de upperclass en de zwarte bevolking ergens onderaan.

 

De mannen zijn veelal gekleed in een typische kledij. Een soort overjas met brede schouders zonder mouwen. Het lijkt wel op sommige acteurs in Star Wars.
Bij de auberge horen we dat de off road weg naar Diama, de kleine en prettige grensovergang met Senegal, niet te doen is door de hevige regenval van de afgelopen week. Er is ook een andere grensovergang bij het plaatsje Rosso. Deze overgang staat bekend als een van de ergste qua corruptie in heel Afrika. Iedereen heeft ons tot nu toe afgeraden om hier over te gaan. Wat is wijsheid toch proberen de weg via Diama? We besluiten nog een nachtje te blijven in Nouakchott en proberen meer info te krijgen over de staat van de weg. We worden er niet vrolijker van; de weg schijnt echt niet mogelijk te zijn. Niet voor ons met Pipeloi, we hebben dan wel 4-wielaandrijving maar de eigenaar waarschuwt dat de dam smal en erg zompig zal zijn zodat we er af kunnen glijden. Met de Mercedusbus van Daan en Wies zal het zeker niet gaan lukken. We zijn overtuigd en gaan dan toch naar Rosso. Bereiden ons voor op lang wachten, veel formulieren en gehassel.
s-Avonds gaat Marcel met de kinderen nog tanken en we zetten de auto's in de goede rijrichting zodat we voordat de zon op is kunnen vertrekken. Als we net in bed liggen horen we op de straat aan de andere kant van de muur knallen, het lijken wel geweerschoten. Het is gelijk onrustig op straat en dat slaapt niet echt prettig.
We staan om half vijf in het donker op en maken ons klaar om te vertrekken.

 

Gisteravond laat is er nog een Senegalees die in Spanje woont aangekomen. Hij zal ook vroeg vertrekken en kunnen achter hem aan rijden de stad uit. Over Rosso zegt hij dat aan de Senegalese kant je niet hoeft te betalen voor de diensten van de politie en douane. 'Ze krijgen toch salaris', zegt ie nog.
Stipt om half zes vertrekken we. Het is nog donker. Ook een Fransman rijdt mee. Hij zal rechtstreeks Mali ingaan. Zonder straatverlichting maar wel fijn rustig op de weg rijden we deze grote stad uit. De Senegalees bedanken we en weg is ie.
Om half zeven wordt het licht en dan de eerste van de vele wegcontroles. De weg is goed. Het landschap wordt langzamerhand meer begroeid. Her en der Acaciabomen en meer leven langs de weg. Veel slagers hebben hun werk al gedaan en wachten nu in hun primitieve stalletjes op klanten.

En dan na ruim 200 kilometer om negen uur Rosso. De binnenkomst in het stadje is zoals elk stadje hier, rommelig druk. We rijden direct naar twee blauwe hekken waar we de paspoorten en alle autopapieren aan Oom agent kunnen inleveren. Dan gaan de hekken open en staan we op de kade waar ook de veerboot zal vertrekken. De agent heeft onze papieren al aan een 'tussenpersoon' overhandigd en deze begint direct de onderhandelingen. De truc is dat de tussenpersoon gewoon in dienst is van de agenten. Die doen de onderhandelingen daardoor niet rechtstreeks. Het is bekend dat niet alleen allochtonen maar ook autotonen betalen bij grensovergangen en zeker bij deze overgang. Een optie is niets te betalen en in de wacht te gaan staan. Dat levert waarschijnlijk geld op maar punt is altijd de kwestie van tijd. En dat is wat je in feite koopt.
Dus gelijk maar onderhandelen over de prijs en wat wij ervoor krijgen. Carnet regelen, paspoorten uitstempelen en de veerbootovertocht. Voor ons komt het op 60 euro uit. We ontmoeten onze Senegalese vriend weer. Na een half uur is alles klaar en kunnen we met de veerboot van 10.00 uur mee. De volgende gaat pas om 15.00 uur. Dan nog de WA-verzekeringskwestie. We kunnen niet met de boot mee zolang we geen autoverzekering voor Senegal hebben. Gelukkig trappen we daar niet in omdat je pas een verzekering kunt afsluiten in het land zelf als je die nog niet al zou hebben. Dus de boot op.

 

                         

 

Het past allemaal net en 15 minuten later zijn we de rivier De Senegal over.

Fleur roept spontaan: 'We zijn in Afrika!, de mensen hebben potten op hun hoofd en ze hebben dezelfde kleur als SamÖ'.

 

 Aan de overkant in Senegal gebeurt precies hetzelfde. En ook daar, zij het veel minder, betalen we her en der geld. Onze vriend betaalt toch ook gewoon smeergeld voor het behandelen van zijn paspoort.
We kopen een WA-verzekering voor 1 maand Senegal omdat de prijzen voor Carte Brune, een verzekering voor heel veel landen in West Afrika tegelijk, alle kanten opvliegen. Dat zoeken we wel later uit. Na wat geld te hebben gewisseld op straat gaan we weer op weg. Het is 10 september.